Bij hijsen in explosiegevaarlijke (ATEX) zones gelden voor een rigger extra specifieke eisen rond werkvergunningen, competenties en het voorkomen van ontstekingsbronnen. In de praktijk betekent dit strakkere werkvoorbereiding, duidelijke communicatie met operatie en de safety officer, en het gebruik van passend gecertificeerde middelen. Hieronder staan de meest gestelde vragen over zonering, certificaten, gereedschap en de uitvoering van hijsacties in ATEX-omgevingen.
Wat betekent hijsen in een explosiegevaarlijke (ATEX) zone voor de rol van de rigger?
Hijsen in een ATEX-zone betekent dat de rigger werkt in een gebied waar gas, damp of stof onder bepaalde omstandigheden kan ontbranden. De rigger richt zich daarom extra op het voorkomen van ontstekingsbronnen, het volgen van zoneringseisen (0, 1, 2 en 20, 21, 22) en het strikt uitvoeren van beheersmaatregelen uit de werkvergunning en risicoanalyse.
Praktisch verandert er vooral dit:
- Zonering bepaalt de spelregels: in zone 0 of 20 is een explosieve atmosfeer continu of langdurig aanwezig, in zone 1 of 21 regelmatig, in zone 2 of 22 incidenteel. Hoe “zwaarder” de zone, hoe strikter de middelen en procedures.
- Meer afstemming met operatie en veiligheid: de rigger werkt nauw samen met de safety officer of veiligheidskundige over stopcriteria, gasmetingen en vrijgave van het werk.
- Werkvoorbereiding is leidend: hijsplan, taakrisicoanalyse en permit-to-work zijn niet alleen papierwerk, ze sturen de uitvoering op de werkplek.
Welke certificaten, trainingen en competenties worden doorgaans gevraagd van riggers in ATEX-gebieden?
In ATEX-gebieden wordt meestal gevraagd om een combinatie van basisveiligheid, hijscompetentie en site-specifieke autorisaties. Denk aan VCA, aantoonbare ervaring als rigger, en kennis van werkvergunningen en taakrisicoanalyses. Daarnaast is ATEX-awareness of een locatie-instructie vaak vereist, zodat de rigger de zonering en bijbehorende regels correct toepast.
Veelvoorkomende eisen op industriële locaties:
- VCA (vaak VCA-VOL voor leidinggevende rollen, afhankelijk van scope).
- ABVL VVL-H en, waar van toepassing, TCVT-gerelateerde competenties rondom hijswerk en begeleiding.
- Aantoonbare praktijkervaring met aanslaan, aanpikken en begeleiden van hijsbewegingen, inclusief werken met taglines en lastbeheersing.
- ATEX-awareness of site-specifieke ATEX-instructie, inclusief omgaan met potentiële ontstekingsbronnen.
- Werken met LMRA en TRA, en het begrijpen van stopmomenten en escalatie.
- Permit-to-work-discipline, inclusief isolaties, afzettingen en afstemming met operatie.
- Basiskennis van gasmeten (wat meet je, wie meet, wat betekenen vrijgave en stopcriteria).
- Heldere communicatie, standaard handseinen en werken volgens “single point of command”.
- Poortinstructies en aanvullende petrochemie-eisen (toegangspassen, GPI’s, locatieprocedures).
Aan welke eisen moeten hijsmiddelen en gereedschappen voldoen in explosiegevaarlijke zones?
Hijs- en hulpmiddelen in ATEX-zones moeten passen bij de zonering en het type explosiegevaar (gas of stof). In de praktijk gaat het om EX-geschikte apparatuur, aantoonbaar geïnspecteerde hijsmiddelen en het beperken van vonkvorming en statische elektriciteit. De rigger controleert vóór gebruik de status, markeringen en inzetvoorwaarden van middelen en gereedschappen.
Belangrijke aandachtspunten:
- Inspectiestatus en certificering van hijsmiddelen (stroppen, kettingen, harpsluitingen, hijsogen), inclusief afkeurcriteria en traceerbaarheid.
- Vonkvrij gereedschap waar de werkvergunning of locatie-eis dit voorschrijft, zeker bij kans op mechanische vonken.
- ATEX-geclassificeerde portofoons, lampen en meetapparatuur, passend bij de zone.
- Antistatische of geleidende middelen waar relevant, plus aarding en bonding als de procedure dit vraagt.
- Taglines en hulpmaterialen die passen bij de omgeving, bij voorkeur materialen die geen ongewenste wrijving of vonkvorming veroorzaken.
- Housekeeping: werkplek schoon en overzichtelijk houden om stofophoping, lekkage-effecten en struikelrisico’s te beperken, ook bij horizontaal transport.
Hoe ziet een veilige werkvoorbereiding en uitvoering van een hijsactie in ATEX-zones eruit?
Een veilige hijsactie in ATEX-zones start met het vaststellen van zonering en scope, gevolgd door een hijsplan, taakrisicoanalyse en de juiste werkvergunningen. Tijdens de uitvoering werkt de rigger volgens heldere commando’s, stopcriteria en afzettingen, in afstemming met operatie en de safety officer. Zo blijft de hijsactie beheerst, ook bij complexe omstandigheden zoals industriële verhuizing of krappe werkvakken.
Een praktisch stappenplan dat vaak wordt gevolgd:
- Scope en zonering check: gas of stof, zone 0, 1, 2 of 20, 21, 22, en welke middelen zijn toegestaan.
- Hijsplan en TRA: lastgegevens, hijspunten, hijsroute, obstakels, horizontaal transport, en interfaces met andere disciplines.
- Werkvergunningen: permit-to-work, eventuele isolaties, en afspraken over gasmetingen en vrijgave.
- Afbakening en verkeersplan: looproutes, exclusion zones, en afstemming met intern transport.
- Communicatieprotocol: single point of command, handseinen, portofoongebruik (EX), en duidelijke stopwoorden.
- Omgevingscondities: wind, ventilatie, mogelijke emissiepunten, en veranderingen in de installatieconditie.
- Gasmetingen en stopcriteria: wie meet, wanneer opnieuw meten, en wanneer het werk direct stopt.
- Toolbox: korte werkinstructie op de werkplek over taakverdeling, risico’s, middelen en noodprocedures.
- Noodprocedures: verzamelpunten, alarmering, en overdracht aan de veiligheidskundige of site-organisatie.
Hoe H&S Project Support helpt bij al uw projecten?
Wij ondersteunen opdrachtgevers met rigging support die aansluit op ATEX-eisen, locatieprocedures en de dagelijkse praktijk in petrochemie en industrie. Daarbij leveren we de juiste rigger, en waar nodig ook machinisten en een safety officer of veiligheidskundige, zodat hijsacties, horizontaal transport en industriële verhuizing goed voorbereid en beheerst uitgevoerd kunnen worden.
- Inzet van ervaren, gecertificeerde specialisten (ABVL, TCVT en VCA) passend bij de scope en zonering.
- Meedenken in werkvoorbereiding, permit-to-work, TRA en praktische uitvoerbaarheid op de werkplek.
- Afstemming met site-eisen, poortinstructies en projectorganisatie, zodat teams goed voorbereid op locatie komen.
- Schaalbaar inzetbaar voor shutdowns, onderhoud en projectmatig werk in Nederland en België.
Lees meer over onze aanpak op onze website en bekijk de mogelijkheden voor project support voor opdrachtgevers. Wilt u snel schakelen over de inzet op uw locatie? Neem dan contact met ons op.
DisclaimerDe inhoud van deze blog is geschreven door onze gespecialiseerde marketingpartner. De informatie kan verouderd zijn of niet volledig up-to-date. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Geïnteresseerd en wil je de actuele informatie ontvangen? Neem dan contact met ons op.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen ATEX-zonering en de ATEX-categorie van apparatuur (1G/2G/3G en 1D/2D/3D)?
Zonering (0/1/2 en 20/21/22) beschrijft hoe vaak een explosieve atmosfeer kan voorkomen op de locatie. De apparatuurcategorie (bijv. 1G, 2G, 3G voor gas; 1D, 2D, 3D voor stof) geeft aan in welke zones het middel veilig gebruikt mag worden. Controleer altijd of de categorie van portofoon, lamp, meetapparaat of elektrisch gereedschap minimaal past bij de zone waarin je werkt, en laat dit bij twijfel door de safety officer of werkverantwoordelijke bevestigen.
Welke documenten moet je als rigger direct kunnen tonen bij een ATEX-hijsactie?
Zorg dat je op de werkplek (digitaal of op papier) minimaal kunt tonen: de geldige werkvergunning(en), TRA/LMRA, hijsplan of lift plan (incl. lastgegevens en hijspunten), certificaten/inspectiebewijzen van hijsmiddelen, en eventuele isolatie- of vrijgaveformulieren. Maak vooraf één “job pack” zodat je bij een audit of stopmoment meteen compleet bent.
Hoe ga je om met tijdelijke wijzigingen in zonering of procescondities tijdens het hijsen?
Behandel elke wijziging (geur, lekkage, proceswissel, ventilatie uit, alarm, afwijkende gasmeting) als een stoptrigger: stop de hijsbeweging gecontroleerd, zet de last veilig neer of hang stabiel, en meld bij de single point of command en de permit issuer/safety officer. Hervat pas na herbeoordeling (nieuwe meting/TRA-update) en expliciete vrijgave.
Wat zijn praktische maatregelen om statische elektriciteit te beperken bij hijsen in ATEX-omgevingen?
Gebruik waar voorgeschreven antistatische/geleidende hijsbanden of hulpmiddelen, voorkom slepen of schuren van synthetische materialen, houd de werkplek droog en schoon (stof), en volg procedures voor bonding/aarding bij metalen delen of containers. Draag geschikte PBM’s (bijv. antistatische kleding/veiligheidsschoenen) als de locatie dit vereist en controleer dat taglines en beschermhoezen geen ongewenste wrijving veroorzaken.
Wanneer is een ‘hot work permit’ nodig bij rigging en wat valt daar in de praktijk onder?
Een hot work permit is nodig zodra er een potentiële ontstekingsbron ontstaat, zoals slijpen, lassen, thermisch snijden, of soms ook boren/hameren met risico op mechanische vonken (afhankelijk van materiaal en locatie-eis). Bespreek vóór start of jouw handelingen (bijv. losmaken vastzittende bouten, gebruik van slagmoersleutel, impact tools) onder hot work vallen en zorg dat de juiste permit, gasmetingen en brandwacht-afspraken geregeld zijn.
Welke extra aandachtspunten gelden voor communicatie (portofoons/handseinen) in ATEX-zones?
Gebruik alleen EX-geclassificeerde portofoons in de juiste zone en test vooraf kanaal, bereik en noodprocedure. Spreek één commando-structuur af (single point of command), gebruik vaste stopwoorden, en zorg dat iedereen de handseinen kent voor het geval radio uitvalt. Leg ook vast wie de hijsactie mag stoppen en hoe dit wordt bevestigd.
Wat kun je doen als je twijfelt of een hijsmiddel of tool ATEX-geschikt is?
Gebruik het middel niet ‘op gevoel’. Check markeringen/label (EX, categorie, temperatuurklasse waar relevant), het certificaat en de inzetvoorwaarden in de job pack. Is het niet aantoonbaar geschikt of is de traceerbaarheid onduidelijk, dan: afkeuren/uit de zone halen, alternatief regelen via de store/contractor, en de afwijking melden zodat de TRA/permit zo nodig wordt aangepast.